De architect die wilde tekenen en schilderen

De architect die wilde tekenen en schilderen

Ines Minten voor De Standaard - 27 januari 2020 

Bij Le Corbusier denk je vanzelf aan architectuur en meubelen. Dat hij elke voormiddag tekende en schilderde, is minder bekend. Galerie Maruani Mercier toont een vijftigtal tekeningen en collages.

Le Corbusier was een van de invloedrijkste architecten van de 20ste eeuw. Maar het had anders kunnen lopen. Zoals zoveel Zwitserse jongens in zijn tijd volgde hij een opleiding om horloges te graveren en emailleren. Op aanraden van een leraar switchte hij naar architectuur, maar zelf wilde hij het liefst tekenen en schilderen. Rond zijn dertigste besloot hij daar ook voor te gaan. In Parijs ontmoette hij de schilder en ontwerper Amédée Ozenfant, met wie hij het purisme ontwikkelde. Hij was fan van het kubisme, maar vond dat het zijn tijd had gehad. Het purisme ontdeed zich van details en concentreerde zich op de pure eenvoud van alledaagse geometrische figuren.

Samenhang

Hoewel zijn carrière algauw weer richting architectuur kantelde, bleef Le Corbusier tekenen en schilderen. Elke voormiddag was hij in de weer met potlood, verf, papier en doek. Pas ’s middags trok hij naar zijn kantoor. ‘Je kunt zijn beeldend werk en zijn architectuur niet los van elkaar zien’, vertelt galeriste Margaux De Pauw. Dat zie je heel duidelijk aan zijn kleurgebruik. Het vroegste werk in de galerie dateert uit 1919: een stilleven in bruintinten. Op een tafel liggen een opengeslagen boek, een pijp, een tekendriehoek, een stapel borden, een kan, fles en glas. De voorwerpen hebben opvallende schaduwen. ‘Hij moet dit werk bij kaarslicht geschilderd hebben. Maar ook in andere vroege werken zie je vooral natuurlijke kleuren: bruin, groen, blauw’, toont De Pauw. ‘Dat heb je ook in zijn architectuur: hij schilderde bijvoorbeeld een muur mosgroen. In de loop van zijn carrière is zijn kleurgebruik feller geworden.’

Le Corbusier gebruikte zijn beeldend werk in zekere zin als bronmateriaal voor zijn architectuur en design. Hij vond er inspiratie in, puurde er ideeën en ontwerpen uit. ‘Hier zie je een duidelijke parallel.’ Margaux De Pauw wijst een detail aan in het werk Circus uit 1949. Een vrouwenhoofd met uitwaaierende haren, die samenvallen met het hoofd van het paard dat achter haar staat. Met zo’n ‘mariage de contours’ legde hij met één lijn twee vormen vast. Dat idee komt rechtstreeks uit de architectuur, waar één muur ook telkens twee ruimtes definieert.

Le Corbusier had zijn favoriete thema’s. Hij maakte opvallend veel stillevens, waar dan ook nog eens vaak dezelfde elementen in voorkwamen. De fles, het geribbelde glas, de pijp: hij herneemt ze keer op keer. Net als stieren, handen en vrouwen. De open hand, die kan geven en ontvangen, stond voor hem symbool voor de vrede. Ze komt vaak terug in zijn oeuvre. In India ontwierp hij de stad Chandigarh, waar hij een 26 meter hoge sculptuur van een open hand plaatste.

Archivaris Corbusier

Het beeldend oeuvre van Le Corbusier telt 250 doeken en 700-tal werken op papier. Uit de tekeningen en collages doet Maruani Mercier een goeie greep. Sommige werken komen uit privécollecties, een groot deel is te koop. Er zitten afgewerkte tekeningen en collages tussen, maar ook schetsen en ontwerpen. Op veel werken noteerde hij nauwkeurig wat het was en wanneer hij het creëerde. 

Ook in zijn materiaalgebruik was Le Corbusier een pragmaticus. Op een schets voor een tapijt plakte hij reepjes behang: zo gaf hij precies aan welke kleuren hij in het resultaat wilde. Maar ook in de ‘echte’ werken sloeg hij aan het knippen en plakken. Vaak gebruikte hij krantenpapier als basis. ‘Hij was tenslotte een kind van de oorlog’, denkt Margaux De Pauw. ‘Krantenpapier was volop ter beschikking: waarom zou hij iets anders hebben gebruikt?’ De gedrukte tekst schemert geregeld door de werken, de snijlijnen zijn zichtbaar. Het toont goed aan hoe Le Corbusier zijn collages samenstelde. ‘We kunnen zijn werken ook dateren aan de hand van de kranten die hij gebruikte. En in de periode van Chandigarh verbleef hij twee maanden per jaar in India. Dan zag je ook vaak Indiasekranten in zijn werk opduiken.’ Maruani Mercier geeft in de Louizalaan een prima introductie tot het beeldend werk van Le Corbusier.

Lees het volledig artikel

Source: 
De Standaard